Een motorrijschool kiezen
Een goede rijopleiding is de basis voor een veilige toekomst op de weg. Het gaat erom dat je verantwoord leert rijden en niet dat je 'even' het rijbewijs haalt. Wees kritisch bij het kiezen van een rijschool. De ene rijschool geeft veel meer 'waar voor je geld' dan de andere. Hieronder staan enkele vragen die je, voordat je een rijschool kiest, aan de rijschoolhouder kunt stellen.
Informeer ook welke afspraken er zijn bij het uitvallen van een rijles, een instructeur of een lesauto. Zijn er bijvoorbeeld plaatsvervangers of vervangende lesauto's? Krijg je dan je lesgeld terug? Bestaat de mogelijkheid een les in te halen als je er één afzegt?
Motor
Op dit deel van de website vind je verder alles om je voor te bereiden op het motorexamen. Om het aantal motorongelukken te verminderen, zijn in heel Europa de motorexamens veranderd. Sinds 1 april 2004 word je tijdens het examen in meer bijzondere verrichtingen getoetst dan voorheen. Zo moeten de kandidaten nu niet vier, maar zeven bijzondere verrichtingen uitvoeren.
Door die uitbreiding is het motorexamen gesplitst in tweeën, het examen:
voertuigbeheersing en
verkeersdeelneming.
Om motorrijders te leren zich goed te beschermen, gelden er sinds 30 september 2003 eisen voor de kleding op het praktijkexamen.
Ook als je al een rijbewijs B (personenauto) hebt
Wanneer je het motorrijbewijs A wilt halen, moet je eerst slagen voor het bijbehorende theorie-examen. Oók wanneer je je rijbewijs B al hebt.
Voor een overzicht van alle verkeersregels en de betekenis van verkeersborden kun je terecht op de website van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Heb je geen theoriecertificaat A, maar wel een geldig rijbewijs B of een militair theoriecertificaat A, dan mag je met de praktijkopleiding beginnen. Wie geen rijbewijs B of militair theoriecertificaat heeft, moet vóór de praktijkopleiding eerst het theoriecertificaat A halen. Tijdens de praktijklessen moet je je rijbewijs B of theoriecertificaat bij je hebben. Je moet tenminste achttien jaar oud zijn om het theorie-examen te mogen afleggen. Het theoriecertificaat is dan een jaar geldig.
Je moet het certificaat voor aanvang van het praktijkexamen aan de examinator laten zien.
Vanaf 1 april 2004 mag je het examen voertuigbeheersing ook doen als je een rijbewijs B hebt. Bij het examen verkeersdeelneming moet je wel een theoriecertificaat A hebben.
Examen doen
Het theorie-examen bestaat uit vijftig vragen: ja/nee-vragen, meerkeuzevragen en open vragen. Je moet vierenveertig vragen goed beantwoorden. De vragen worden mondeling gesteld aan de hand van beelden van verkeerssituaties op grote tv-monitoren. Je kunt de vragen ook meelezen. Je beantwoordt de vragen met drukknoppen in de tafel. Naast regelkennis komen ook verkeersinzicht, verantwoord rijgedrag, milieu en voertuigtechniek aan bod.
Meenemen naar het theorie-examen
Bij deelname aan het theorie-examen moet je de volgende documenten overhandigen:
de theorie-examenkaart, ingevuld en ondertekend (deze kun je kopen bij je rijschool of vlak voor het examen bij de receptie van één van de theorie-examencentra van het CBR). Let op: géén theorie-examenkaart nodig in Zwolle, Enschede, Lelystad, Arnhem, Nijmegen, Apeldoorn en Doetinchem en na 30 juni 2007 in Alkmaar, Amsterdam, Haarlem, Leusden en Utrecht!
een wettelijk toegestaan, geldig identiteitsbewijs;
een recente pasfoto.
Praktijkexamen
In totaal zijn er twaalf oefeningen die zijn ingedeeld in vier clusters:
lopen met de motor en gebruik van de standaard (één oefening deze is verplicht);
verrichtingen bij lage snelheid (vijf oefeningen, waarvan één verplicht en één naar keuze van de examinator);
verrichtingen bij hogere snelheid (drie oefeningen, waarvan één verplicht en één naar keuze van de examinator);
remoefeningen (drie oefeningen, waarvan één verplicht en één naar keuze van de examinator).
Naast de vier verplichte oefeningen zal de examinator uit de overige acht er drie kiezen.
Als je slaagt voor het examen voertuigbeheersing, ontvang je een uitslagformulier waarmee je kunt opgaan voor het examen verkeersdeelneming. Het uitslagformulier is één jaar geldig.
Het praktijkexamen verkeersdeelneming voor de motor duurt in totaal 55 minuten. Eerst heb je een inleidend gesprek met de examinator in het examencentrum. Dan volgen op het parkeerterrein de ogentest en een aantal voorbereidings- en controlehandelingen bij de examenmotor.
De rit
Daarna gaat de examenrit van start. De examinator en je rij-instructeur volgen je in een auto. De examinator let onder meer op uw kijkgedrag, de plaats op de weg en of je voldoende rekening houdt met andere weggebruikers
Na afloop
Direct na afloop van het examen verkeersdeelneming vertelt de examinator in het examencentrum de uitslag. Als je bent geslaagd, wordt je Verklaring van rijvaardigheid en de Verklaring van geschiktheid geregistreerd in het Centraal Rijbewijzen Register. De gemeenten en het CBR kunnen dit register raadplegen om vast te stellen of je bent geslaagd voor het examen. De registratie van de Verklaring van rijvaardigheid is een half jaar geldig, de registratie van de Verklaring van geschiktheid een jaar.
Bij het gemeentehuis in je woonplaats kun je tegen overlegging van een pasfoto legitimatie en het vereiste bedrag, je rijbewijs aanvragen.
Wanneer je bent gezakt, licht de examinator toe welke onderdelen onvoldoende waren. Het uitslagformulier met deze punten kan je instructeur achteraf voor je uitdraaien. Het is verstandig deze punten te bespreken met je instructeur in verband met vervolglessen.
Vier keer gezakt?
Wanneer je voor de vierde keer binnen vijf jaar bent gezakt voor het examen verkeersdeelneming dan is je volgende examen bij het Bureau Nader Onderzoek Rijvaardigheid (BNOR). Meer daarover lees je hiernaast bij de link 'vier keer gezakt?'.
Lichte of zware motor
Twee categorieën
Het praktijkexamen voor de motor is er in twee categorieën, een lichte categorie ('A beperkt') en een zware categorie zonder beperkingen ('A'). Als je jonger bent dan 21 jaar, moet je het examen afleggen op een lichte motor met een vermogen van minder dan 35 kW.
De cilinderinhoud van deze motor moet meer dan 120 cc zijn en hij moet minstens honderd kilometer per uur kunnen rijden.
Ben je 21 jaar of ouder, dan mag je kiezen of je het examen wilt afleggen op een lichte motor of een zware. Zo'n zware motor moet een vermogen hebben van 35 kW of meer. Voor beide categorieën geldt dat de motor moet zijn voorzien van spiegels, richtingaanwijzers en een L-bord achter op de motor.
Examen met een lichte motor
Als je slaagt voor een examen op een lichte motor, krijg je (ongeacht je leeftijd) een rijbewijs A met een beperkte bevoegdheid. Je mag dan twee jaar lang alleen rijden met een motor met een vermogen van hoogstens 25 kW en hoogstens 0.16 kW 'per kilo ledig gewicht van de motor'. Pas na twee jaar mag je overstappen op een zwaardere motor; daar hoef je niet opnieuw examen voor te doen.
Examen met een zware motor
Slaag je voor een examen op een zware motor, dan krijg je van de gemeente waar je woont een rijbewijs A zonder beperkingen. Je mag daarmee direct op elke motor rijden.
Sinds 30 september 2003 gelden kledingeisen voor het praktijkexamen voor de motor. Sinds 1 april 2004 is het motorexamen opgedeeld in twee examens: Voertuigbeheersing en Verkeersdeelneming. Ook geldt dat voor het examen Voertuigbeheersing het aantal bijzondere verrichtingen is uitgebreid.
In de nieuwe situatie geldt dat beide examens voor dezelfde categorie (A- beperkt of A-onbeperkt) moeten worden afgelegd.
Kledingeisen
Sinds 30 september 2003 gelden voor de motorkandidaat tijdens het motorexamen kledingeisen. Deze maatregel is bedoeld om de motorrijder beter te beschermen. Als kandidaat op het motorexamen moet je dan minimaal de volgende beschermende uitrusting dragen:
Helm
Je bent natuurlijk verplicht om een goedgekeurde helm te dragen. Het beste is een helm te dragen die licht is van kleur of die is voorzien van (retro-reflecterende ) kenmerken die ervoor zorgen dat je goed opvalt in het verkeer.
Oogbescherming - Je gebruikt bij voorkeur een vorm van oogbescherming, zoals bijvoorbeeld een helmvizier, motorbril of (zonne)bril.
Schoeisel
Je draagt hoge schoenen of laarzen die ook de enkel bedekken.
Handschoenen
Je draagt handschoenen of wanten die de hand en zoveel mogelijk het polsgewricht bedekken.
Kleding
Je draagt kleding waarvan de broek de benen bedekt. De jas moet het bovenlichaam en de armen helemaal bedekken. Broek en jas mogen één geheel vormen.
Voor alle kleding geldt dat je bij voorkeur kleding draagt die speciaal bedoeld is voor motorrijders. De uitrusting moet in ieder geval stevig genoeg zijn om je te beschermen als je onverhoopt valt (of bijvoorbeeld de hete uitlaat van de motorfiets raakt). Ook heeft je kleding bij voorkeur retroreflecterende eigenschappen, of andere kenmerken die ervoor zorgen dat je goed opvalt in het verkeer. Tot slot moet de kleding je voldoende beschermen tegen de weersomstandigheden tijdens het examen.
Meenemen naar examen
Het motorexamen is opgedeeld in twee examens: voertuigbeheersing en verkeersdeelneming. Ook geldt dat voor het examen voertuigbeheersing het aantal bijzondere verrichtingen is uitgebreid.
Meenemen naar het examen voertuigbeheersing
Vraag aan je rijschool wat je precies moet meenemen naar het examen. Maak je geen gebruik van een rijschool, neem dan voor het examen voertuigbeheersing het volgende mee:
een geldig theoriecertificaat of een geldig Nederlands rijbewijs B of A-beperkt of A-automaat
een wettelijk toegestaan, geldig identiteitsbewijs;
Meenemen naar het examen verkeersdeelneming
Vraag aan je rijschool wat je precies moet meenemen naar het examen. Maak je geen gebruik van een rijschool, neem dan voor het examen verkeersdeelneming het volgende mee:
een geldig theoriecertificaat A
een geldig uitslagformulier 'Voertuigbeheersing' met een voldoende resultaat
een wettelijk toegestaan, geldig identiteitsbewijs.
eventueel het adviesformulier van uw tussentijdse toets
TussenTijdseToets; Hoe ver ben ik?
Wie in opleiding is voor het examen voor de motor, auto of auto met aanhanger, kan de vorderingen tijdens de opleiding testen met behulp van een tussentijdse toets .
Ook als voorbereiding op het examen verkeersdeelneming kun je deelnemen aan de tussentijdse toets. De toets is een rijtest die verloopt als een echt examen. Het is een goede gelegenheid om alvast te wennen aan het rijexamen en om eventuele nervositeit weg te nemen. Onderzoek van de SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) heeft uitgewezen, dat de slaagkans door een tussentijdse toets met ongeveer twintig procent stijgt.
Het is niet mogelijk een tussentijdse toets af te leggen voor het examen voertuigbeheersing.
Geslaagd en dan?
Als je bent geslaagd, wordt je Verklaring van rijvaardigheid en de Verklaring van geschiktheid geregistreerd in het Centraal Rijbewijzen Register. De gemeenten en het CBR kunnen dit register raadplegen om vast te stellen of je bent geslaagd voor het examen. De registratie van de Verklaring van rijvaardigheid is een half jaar geldig, de registratie van de Verklaring van geschiktheid een jaar.
Bij het gemeentehuis in je woonplaats kun je tegen overlegging van een pasfoto, legitimatie en het vereiste bedrag, je rijbewijs aanvragen.
Om bij de gemeente voor het rijbewijs in aanmerking te komen, moet je op het moment van aanvraag in Nederland wonen en in het jaar daarvóór minstens 185 dagen in Nederland hebben gewoond.
(Bron: CBR)